woensdag 20 juni 2012

Polder


Monnikenwerk, uit water geschapen,
Gekneed door de wind
In de stuw van de stroom
Gezwollen tot aarde.

Riet en gloedrode wissen buigen warmte tot hout
Een mandvol gevlochten die zorgt voor behoud. 

En moeiteloos drijven op de slinger van de tijd
Elke vloed is het zomer, worden vruchten verspreid.
Bomen vangen wolken, wielen drinken zon
Vogels bezoeken vissen, en mensen zijn rondom.



dinsdag 12 juni 2012

Relativiteit

 (Relatieve Tijd : van Einstein tot Heidegger)

Als alles is gezegd
gaat toch je mond nog open.
Het einde zo nabij
is net weer weggelopen.
Ontsnappen kan het niet:
de kosmos blijft gesloten.

Je kracht, verpakt in golven,
verdwijnt als licht
en wordt niet teruggekaatst,
maar uitgestuurd, verzonden
naar lange jaren van hiervoor
daar komt het aan: vergeten, opgeplooid.

Er volgt geen knal want ook
Er na is het alleen het
Nu dat blijft bestaan. 

zondag 10 juni 2012

Lezen op het strand


LEZEN OP HET STRAND

Dekstoelen en strandcabines
de lucht is nog lauw
en mensen zijn nog schaars:

Slechts kleine stipjes op het strand
zwerven door het leven,
pioniers in weer een andere dag
benieuwd wat het zal geven.

Zij gaan niet verder reizen
de zon staat stilaan hoog,
hier in het licht der wijzen
heb ik een boek op ’t oog.

LIRE A LA PLAGE

Entre cabanes et transats
Dans l’ air encore tiède
les gens se font rares:

Quelques points
à la plage, parsemés
errent en fouillant la vie
pionniers d’une nouvelle journée
avides d’en savoir plus.

Il ne sera pas long le voyage:
déjà le soleil grimpe en haut
ici dans la lumière des mages
ils viennent chercher leurs mots.

vrijdag 8 juni 2012

Levens-Loop

Hij is hier al geweest
En nu is hij weer terug
Vraag niet van waar hij komt
Hij moet ook nergens heen.

Zijn rugzak met de tijd
Heeft hij hier neergezet
Vertelt hem waar hij is
Een plaats nu, net vandaag.

Hij komt meer mensen tegen
Maar niemand wijst de weg
Zijn blik gooit poorten open

Zo blijft hij,
Verder,
Lopen.

woensdag 6 juni 2012

Onderweg


Fileleed, ik reed en gleed
de horizon tegemoet,
Opgeslokt door de fijne streep
die met de einder speelt;

En uitgespuwd aan de achterkant,
Herrijst de zon, nooit opgebrand.
Erheen, op witte lijntjes schuiven,
Een paddentrek op wielen, meegaand,
zachtjes zwevend, instinct snuiven,

Van mensen, ingeblikt voor later,
nu nog op weg achter de lokroep,
Die altijd weerom keert, van de troep
op zoek naar een eind voor dit begin.


vrijdag 1 juni 2012

Intro

Ergens tussen Hamburg en Le Havre
beelden zeggen soms meer dan woorden
een woord toont klanken
een beeld spreekt een eigen taal